Together as one

“Golfrijders zijn a-sociaal en agressief”, heb ik wel eens gehoord. Zij was dat geen van beiden.

Ik was haar eerste. Amper durfde ze de radio aan te zetten tijdens het rijden, van een blikje Red Bull zat te ze stuiteren achter het stuur en ze liet me regelmatig een paaltje kussen. Het deerde mij niet. Ik zag haar groeien. De radio kon ze inmiddels rijdend bedienen. Ze zorgde goed voor me. We gingen lekker door de wasstraat en ze zong liedjes voor me.

En toen kwam die tocht. Het was midden december en er zat sneeuw in de lucht. Ze gaven zelfs een weeralarm af. We maakten inmiddels tochten door het hele land, maar in een sneeuwstorm rijden? Ik ving haar telefoon gesprek, op, we waren op weg waren naar Friesland. Verstandig is anders. We reden met 30 kilometer per uur over de Afsluitdijk zonder verwarming. Die deed het pas als ik harder dan vijftig reed. Na vier uur arriveerden we op plaats van bestemming.

Het was het begin van de structurele ritjes naar Leeuwarden. Soms drie keer per week, soms midden in de nacht, soms met een uur lang hetzelfde nummer op repeat. Eén keer wilde ze er zo snel zijn dat ze 180 reed. Was dit wat de mensen liefde noemen?

Alles heb ik van haar gezien. Verliefdheid, verdriet, frustratie. Bij mij was ze altijd haar zelf. Die nieuwe liefde ook trouwens. Water en vuur konden ze zijn. Zelfs mijn achteruitkijkspiegel moest het eens ontgelden. Of we stonden stil in een godvergeten weiland in een Fries gehucht omdat de dames de behoefte hadden een potje tegen elkaar te schretten. Het was nooit saai.

Een leven zonder haar kon ik me niet voorstellen. Totdat mijn gestel het begon te begeven. Het ging niet goed met mijn motor, mijn accu werd zwak en ik had steeds meer olie nodig. Ze hield steeds vertrouwen. Tot het echt niet meer ging. Een nieuwe eigenaar kwam me halen. Een knutselaar.

Bij het wegrijden zag ik haar slikken.